THEMA 1 – De vroegere jaren
De eerste jaren van uw leven vormen vaak de basis van wie u later wordt. De sfeer thuis, de mensen om u heen en de ervaringen op school laten sporen na die soms een leven lang meegaan. In de schooltijd leert u niet alleen uit boeken, maar ook over uzelf: hoe u omging met anderen, waar u nieuwsgierig naar was en waar u juist tegenaan liep. En ergens onderweg kan het moment zijn gekomen waarop u voelde dat u uw eigen weg begon te volgen, los van wat anderen van u verwachtten.
1. Als u terugkijkt op uw eerste levensjaren, hoe zou u de sfeer van uw jeugd omschrijven?
Denk aan woorden die de tijd typeren: warm, eenvoudig, veilig, streng, zorgeloos, verbonden, sober, gezellig. Wat typeerde het dagelijks leven?
2. Hoe heeft de schooltijd u gevormd?
Misschien door discipline, vriendschappen, bepaalde vakken, leraren, of juist door obstakels die u moest overwinnen.
3. Hoe was u als leerling? (leergierig, sociaal?)
Was u nieuwsgierig, rustig, praktisch ingesteld, iemand die graag samenwerkte of juist zelfstandig was?
4. Wanneer begon u te voelen dat u een eigen weg had gevonden, los van verwachtingen van anderen?
Een moment van zelfstandigheid, een keuze die u zelf maakte, of een periode waarin u sterker in uw schoenen kwam te staan.